Uncategorized

Boek: Le Petit Prince

Hallo mensen,
Mijn naam is Marieke Luijkx en ik ga jullie even wat vertellen over het boek De Kleine Prins.
Alvast bedankt voor het lezen!
Ja sorry, dat typische hallo-ik-ben-*insert naam*-en-ik-doe-mijn-spreekbeurt-over-*insert
onderwerp*-begin moest ik echt gebruiken. Er bestaat echt geen beter begin van een eerste
artikel, nietwaar?
Moving on.
De Kleine Prins (in het Frans: Le Petit Prince) is geschreven en geïllustreerd door de
fantastische schrijver Antoine de Saint-Exupéry (inderdaad, de schrijver was ook de
illustrator!). Het boek is in Nederland uitgegeven door uitgeverij Donker (dat is echt de naam
van de uitgeverij, ja) en de eerste druk verscheen hier in het jaar 1954. In Frankrijk kwam de
eerste druk uit in 1943 (oud, man!). De Kleine Prins heeft 96 bladzijden (lief hoor, zo'n dun
boekje).
De Kleine Prins is één van mijn favoriete boeken (ik lees echt veel, dus dat zegt wel wat) en
ik hoop dat ik de lezers van dit artikel kan overtuigen om dit makkelijk leesbare maar
poëtische boekje ook eens te lezen.
De Fransman Antoine de Saint-Exupéry werd op 29 juni 1900 geboren. Hij werkte jarenlang
als beroepspiloot.

Avontuurlijk was de Fransman dus zeker wel. Zo nam hij in de jaren twintig bijvoorbeeld deel
aan de race Parijs-Saigon. Tijdens de race ontsnapte hij boven de Libische Woestijn aan de
dood.
Antoine de Saint-Exupéry werd niet alleen bekend als piloot. Wereldberoemd werd hij met
iets heel anders, namelijk met het modern filosofische sprookje Le Petit Prince.
Op 31 juli 1944 keerde de Franse piloot niet terug van een vlucht. Als geallieerd
oorlogsvlieger was hij met zijn toestel naar Corsica afgereisd om verkenningen uit te voeren.
Voor de kust van Marseille stortte hij helaas neer.
Bron (aangepast): historiek.net
De Kleine Prins is het op één na meest vertaalde boek ter wereld, met vertalingen in zo'n
300 talen! Best knap voor een Frans boekje van maar 96 pagina's dik, vind je niet? Op
nummer één staat trouwens de Bijbel, wat ik niet bepaald verrassend vind.
De Kleine Prins is een fabel (dus fictie) die in de categorie kinderliteratuur valt. Het boek is
een novella, wat betekent dat het een prozaverhaal is dat wat de omvang betreft tussen de
roman en het kort verhaal geplaatst wordt.
Het thema van De Kleine Prins is volgens mij ‘ontdekken’. De kleine prins reist immers langs
allerlei planeten om uit te vinden (= ontdekken) wat er in de ruimte buiten zijn planeet
gebeurt.
De prins ontdekt bijvoorbeeld hoe vriendschap werkt, wat eenzaamheid is en hoe de
volwassenen op de andere planeten over het algemeen alleen maar aan zichzelf denken,
afgezien van natuurlijk een paar uitzonderingen.
De Kleine Prins is geschreven alsof het echt gebeurd is in het leven van Antoine de Saint-
Exupéry, alsof het een soort dagboek is. Ik zou dus zeggen dat het verhaal zich afspeelt iets
vóór het jaar van verschijnen, dus voor 1943.
Het verhaal speelt zich af op allerlei fictieve planeten en ook in de Saharawoestijn.
Het boek heeft twee hoofdpersonen (en een hele hoop bijpersonen, maar daarover staat
meer in de samenvatting. Doorlezen dus!). Ten eerste de verteller: een piloot (zogenaamd
Antoine de Saint-Exupéry zelf) die in een woestijn gestrand is en de kleine prins tegenkomt,
die hem verhalen vertelt over zijn avonturen. De verteller is heel vriendelijk en hij luistert
graag naar de verhalen van de prins.
Ten tweede de kleine prins: de kleine prins is de belangrijkste hoofdpersoon, aangezien het
grootste deel van het boek (of eigenlijk het hele boek) over de avonturen gaat die hij
meemaakte nadat hij zijn thuisplaneet, een asteroïde ‘genaamd’ B-612, verliet. De prins is
rustig, slim en enigszins naïef. Hij probeert het leven buiten zijn thuisplaneet te begrijpen
maar dit kost hem moeite.
Samenvatting (BEVAT ERNSTIGE SPOILERS! YOU HAVE BEEN WARNED!):
Het prinsje woont op een kleine planeet met een roos en drie vulkaantjes, waarvan er twee
werken (en de derde… nou ja, je weet het nooit). Hij brengt de dag door met het zich
ontfermen over zijn planeetje en het uitroeien van apenbroodbomen, die steeds weer als
onkruid uit de grond schieten en zijn planeet uit elkaar zouden kunnen scheuren als hij ze
zou laten groeien. Op een dag verlaat de prins de planeet, om te zien hoe de rest van het

heelal eruitziet, en hij bezoekt verschillende andere planeten. Elk van die planeten wordt
bewoond of beheerst door een volwassene die zichzelf op een of andere manier belachelijk
maakt:
-De Koning:
die gelooft dat hij over de sterren heerst, omdat hij ze beveelt om dingen te doen die ze
normaal gesproken ook wel zouden doen.

-De IJdeltuit:
die door iedereen geliefd wil worden, maar in zijn eentje op zijn planeet zit.

-De Dronkenlap:
die drinkt om te vergeten dat hij zich schaamt voor het feit dat hij drinkt.

-De Zakenman:
die altijd druk is met het tellen van sterren, waarvan hij gelooft dat ze van hem zijn. Hij wil ze
gebruiken om meer sterren te kopen.

-De Lamp-ontsteker:
Lang geleden had hij op zijn planeet de taak gekregen om 's nachts de lamp aan te steken
en hem 's morgens weer te doven. Toentertijd draaide de planeet met een redelijke
snelheid, en had hij tijd om te slapen. Maar na verloop van tijd begon de planeet steeds
sneller te draaien. Omdat de ontsteker weigerde om te stoppen met zijn werk, ontsteekt en
dooft hij de lamp nu iedere minuut, en krijgt hij geen rust meer.

-De Geograaf:

die al zijn tijd besteedt aan het maken van kaarten, maar nooit zijn bureau verlaat om op
ontdekking te gaan. Uit beroepsmatige interesse vraagt de geograaf aan de prins om zijn
planeet te beschrijven. Het prinsje beschrijft de vulkanen en de roos. "We noteren geen
bloemen", zegt de geograaf, omdat ze maar tijdelijk zijn. De prins is geschokt en de
wetenschap dat zijn roos ooit vergaat doet hem pijn. De geograaf adviseert het prinsje om
de planeet aarde te bezoeken.

Op aarde ziet de prins een hele rij met rozenstruiken. Hij is teleurgesteld, want hij dacht dat
zijn roos de enige was in het universum. Dan ontmoet hij een vos, en de kleine prins temt
hem. De vos legt hem uit dat de roos van het prinsje wel degelijk uniek is en speciaal, omdat
het degene is waarvan hij houdt.
Het prinsje ontmoet de verteller, een piloot, en vraagt hem om een schaap te tekenen.
Omdat de verteller niet weet hoe hij een schaap moet tekenen, tekent hij wat hij kent: een
slang met een uitstulpende maag. Toen de piloot zes jaar oud was, liet hij diezelfde tekening
aan volwassenen zien. Hij vroeg hen toen of ze deze tekening eng vonden, omdat het een
slang was, maar iedereen zei dat ze een hoed niet gevaarlijk vonden. De volwassenen
dachten keer op keer dat het een hoed was die de verteller had getekend. "Nee, nee!" roept
het prinsje. "Ik wil geen slang met een olifant erin, ik wil een schaap!" De kleine prins begrijpt
de tekening dus wel, direct als hij hem voor het eerst ziet. De verteller probeert nog een paar
keer een schaap te tekenen, maar het prinsje is niet tevreden. Uiteindelijk tekent de piloot
een doos, en zegt dat er een schaap in zit. Het prinsje, dat het schaap net zo goed ziet als
de olifant in de slang, accepteert het.
(STOP NU MET LEZEN ALS JE HET EINDE VAN HET BOEK NOG NIET WILT WETEN!)
In de woestijn ontmoet het prinsje een slang, die het prinsje bedreigt. De verteller jaagt de
slang weg. Later, aan het einde van het verhaal, laat de prins zich door de giftige slang
bijten, omdat hij terug wil naar zijn thuisplaneet maar hij zijn te zware lichaam niet mee kan
nemen. De piloot vindt zijn lichaam niet terug en hij gaat vol verwondering en wat verdriet
naar huis, zodra hij zijn vliegtuig gerepareerd heeft.
Bron: Wikipedia (met een aantal wijzigingen)
Zoals eerder vermeld is De Kleine Prins één van mijn lievelingsverhalen. “Waarom?” hoor ik
je vragen. Nou, hierom:

Reden één: de afbeeldingen in het boek zijn ongelooflijk grappig getekend (zoals de
afbeeldingen die ik bij de beschrijvingen van de bijpersonen heb geplaatst) en ze zorgen
ervoor dat je je meer in het verhaal inleeft. Je weet door de afbeeldingen hoe de schrijver
zijn personages voor zich zag, aangezien Antoine de Saint-Exupéry De Kleine Prins zelf
geïllustreerd heeft.
Reden twee: het verhaal is, behalve fantasievol, ook enorm poëtisch en het gaat dan ook
vaak diep in op vraagstukken zoals over egoïsme, vriendschap, liefde en dergelijke zaken.
Het verhaal zet je dan ook redelijk vaak aan het denken, hoewel het niet bepaald een dik
boek is.
En tot slot reden drie: de personages zijn nogal excentriek, waardoor het verhaal behalve
fantasievol en poëtisch ook nog eens grappig is.
Ik hoop dat ik jullie met deze recensie (is dit een recensie? Geen idee. Bedankt voor het
lezen in ieder geval) heb kunnen overtuigen om De Kleine Prins te lezen en ook dat er
straks allemaal leerlingen naar me toe zullen komen (als je tenminste weet wie ik ben, haha)
die zeggen “Wow Marieke, jij hebt echt een goede smaak in boeken!” en dan kan ik zeggen
“Wacht maar tot ik mijn lievelingsboek de volgende keer bespreek. #selfpromo.” Of zo. Ja,
dat hoop ik.
Trouwens, bij nader inzien, kom toch maar niet opeens zomaar op me af als je De Kleine
Prins gelezen hebt, of zeg eerst maar even “Hi!” en wie je bent of iets dergelijks. Anders is
het een beetje ongemakkelijk.
FIN.
(Dat is Frans en het betekent ‘EINDE.’)